 |
|
Historisch perspectief
Het vakgebied van
de klinische chemie en hematologie was oorspronkelijk samen met de pathologie
en medische microbiologie als hoofdvak ondergebracht bij het medisch specialisme
laboratoriumonderzoek. De pathologie splitste zich af en werd in 1957
erkend als zelfstandig medisch specialisme, terwijl de microbiologie en
de klinische chemie-hematologie gezamenlijk verder gingen. Eind jaren
zeventig werden voor beide richtingen aparte opleidingseisen vastgesteld,
waarna de klinische chemie en medische microbiologie hun eigen weg gingen.
In 1987 maakte het Centraal College Medisch Specialisten (CCMS) echter
twijfels kenbaar over het voortbestaan van het medisch specialisme klinische
chemie. Deze twijfels waren vooral gebaseerd op de vraag of de kwaliteit
van de opleiding kon worden gegarandeerd met het geringe aantal registerleden,
ongeveer twintig. Het CCMS besloot het register in beginsel te sluiten
en adviseerde de Nederlandse Vereniging van Laboratoriumartsen (NvVL),
later bekend als Vereniging Artsen Laboratoriumdiagnostiek (VAL), nauwer
te gaan samenwerken met de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie
(NVKC). De NVKC heeft een duidelijk wetenschappelijk profiel, goede (na-)scholingsregelingen
en internationale contacten. De NvVL/VAL is echter een veel kleinere vereniging
en heeft zich daardoor onvoldoende wetenschappelijk en vakinhoudelijk
kunnen profileren. Formele samenwerking tussen beide organisaties is inmiddels
op handen.
In 1997 werd er
op voordracht van de CCMS een adviescommissie samengesteld bestaande uit
hoogleraren van diverse medische faculteiten. Deze commissie had als taak
zich te buigen over de plaats van de klinische chemie als medisch specialisme.
Het advies van deze commissie leidde uiteindelijk tot het formuleren van
het besluit tot opheffing van het specialisme klinische chemie, aansluitend
bekrachtigd door de minister van VWS. Inmiddels wordt echter vanuit de
CCMS door een commissie onder leiding van professor P.C. Huijgens bekeken
of de klinische chemie in een andere vorm ('Laboratoriumgeneeskunde')
een medisch specialistische toekomst heeft. De VAL hoopt hier een actieve
bijdrage aan te kunnen leveren.
|
|
|